Verwerking aandachtspunten ontwikkelscenario’s in voorkeursscenario

Voortkomend uit de effectbeoordeling van de vier ontwikkelscenario’s zijn aanbevelingen geformuleerd voor de verdere uitwerking van de ontwerp Omgevingsvisie. In deze paragraaf wordt aangegeven in hoeverre er in het voorkeursscenario rekening is gehouden met de geformuleerde aandachtspunten ter verbetering van de beleidsuitspraken van de ontwerp Omgevingsvisie.

Aandachtspunt 1: Het toevoegen van woningbouw in wat in de huidige situatie onbebouwd gebied is, kan leiden tot verhoogde druk op daar aanwezige biodiversiteit en verstoring van aanwezige beschermde flora en fauna. De aanbeveling is om bij de ontwikkeling van woningbouw te focussen op inbreidingslocaties boven uitbreiding naar het buitengebied.

  • In het voorkeursscenario is woningbouw met name gefocust op inbreiding, in verschillende type woonmilieus. Bij de groei van de dorpen Teteringen, Prinsenbeek en Bavel is woningbouw voorzien in het buitengebied, direct grenzend aan de grenzen van de dorpen. Echter zal 90% van de woningbouwopgave binnenstedelijk plaatsvinden, gebaseerd op inbreiding. Hier wordt bij de herontwikkeling minimaal 20% van het oppervlakte groen ingericht.

Aandachtspunt 2: Het toevoegen van extra woningen en bijkomende groei in inwoneraantal kan leiden tot extra verkeersbewegingen en daarmee tot een afname in de verkeersveiligheid en bereikbaarheid. Door ruimtelijke ontwikkelingen te bundelen, zoals in scenario 1 en 2, worden de afstanden korter dan bij spreiden en maken inwoners vaker gebruik van langzame modaliteiten zoals de fiets of voet. Dit verkleint het risico op negatieve effecten op verkeersveiligheid en bereikbaarheid.

  • In het voorkeursscenario is inbreiding leidend. Inbreiding vindt met name plaats in de binnenstad en ten noorden van de binnenstad. Verschillende typen woonmilieus waaronder, gemengde woon-werkmilieus maken het aannemelijk dat de afstand tot voorzieningen kleiner worden. Daarnaast zijn deze gebieden voorzien van aansluitingen op openbaar vervoer verbindingen en worden meerdere wijk-tot-wijk verbindingen aangelegd om de ruimte te bieden aan langzamer verkeer. Met het voorkeursscenario zijn enkele risico’s die voorzien werden in de vier scenario’s getackeld. Echter blijven enkele risico’s op negatieve effecten bestaan doordat de ontwikkeling van 25.800 woningen naar verwachting leidt tot een toename van verkeersbewegingen ondanks de maatregelen zoals hierboven beschreven.

Aandachtspunt 3: Door woningbouw en uitbreiding van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan de noordkant van Breda in te passen is de druk op het Natura 2000-gebied het Ulvenhoutse Bos kleiner dan wanneer deze uitbreiding plaatsvindt aan de zuidkant van Breda.

  • De in het voorkeursscenario aangewezen locaties voor woningbouw, met name gefocust op inbreiding, zijn nagenoeg allemaal gesitueerd in en ten noorden van de binnenstad van Breda. Uitzondering hierop vormt de locatie Bavel-West (woningbouw) en Bavel-Zuid (bedrijventerrein). Bovenstaand aandachtspunt is in acht genomen en het is aannemelijk dat de druk op Natura 2000-gebied het Ulvenhoutse Bos ten aanzien van de locatie van woningbouw in het voorkeursscenario minder is ten opzichte van de vier scenario’s. Echter wordt met het voorkeursscenario in tegenstelling tot de scenario’s 1, 2 en 3 een woningbouwopgave voorzien die twee tot driemaal hoger is. Dit vormt een potentieel risico met betrekking tot de uitstoot van stikstof gerelateerd aan nieuwe verkeersbewegingen als gevolg van woningbouw.

Aandachtspunt 4: De voorziene zoetwaterreservoirs uit scenario 1, de Zoete Delta, is een maatregel om hittestress en droogtestress te reduceren, daarnaast kan het bijdragen aan verbetering van grond- en oppervlaktewater kwaliteit en kwantiteit. Ten aanzien van biodiversiteit geldt dat de Zoete Delta een nieuw leefgebied kan zijn voor (nieuwe) soorten.

  • De inpassing van zoetwaterreservoirs met ruimte voor recreatie en ontmoeten is opgenomen in het voorkeursscenario, daarmee wordt voorzien in kansen op positieve effecten ten aanzien van de indicatoren sociale samenhang (ontmoeten), wateroverlast, hitte, droogte, grond- en oppervlaktewater, biodiversiteit en de kwaliteit van de openbare ruimte en cultureel erfgoed.

Aandachtspunt 5: Scenario 2 aanvullend voorzien in aanleg (snel)fietsroutes (gescheiden van overig verkeer) net als in de overige scenario’s. Dit leidt tot een verbetering in verkeersveiligheid, broeikasgassen, geluidhinder en luchtkwaliteit.

  • De genoemde aanbeveling is opgenomen in het voorkeursscenario, daarmee wordt voorzien in kansen op positieve effecten ten aanzien van verkeersveiligheid, broeikasgassen, geluidhinder en luchtkwaliteit zoals reeds omschreven in paragraaf 7.2.

Aandachtspunt 6: De toepassing van groen/blauwe casco’s als onderdeel van woningbouw in het buitengebied zoals toegepast in scenario 4 kunnen in scenario 3 leiden tot vermindering van negatieve effecten door bebouwing in het buitengebied.

  • Het voorkeursscenario voorziet niet in grootschalige woningbouw in het buitengebied. Ten aanzien van de uitbreiding van dorpen is alsnog de uitspraak gedaan over de toepassing van een groen/blauw casco om risico’s op negatieve effecten te mitigeren, ook is natuurinclusief bouwen onderdeel van het voorkeursscenario.

Aandachtspunt 7: Ten aanzien van de aanleg van ecologische verbindingszones geldt dat het positieve effect hiervan groter is naarmate het groenoppervlak van de ecologische verbindingszones toeneemt. ‘Stevige ecologische verbindingszones’ hebben naar verwachting een groter positief effect op bijvoorbeeld hittestress en wateroverlast. Ook natuurinclusief bouwen bij nieuwbouw kan hitte-reducerend werken. Hierbij geldt dat de toename van groenoppervlak substantieel moet zijn om een effect te creëren.

  • In het voorkeursscenario is 27 kilometer ecologische verbindingszones opgenomen die door het stedelijk weefsel lopen. Daarnaast wordt er op locaties een fijnmazig netwerk van groen gecreëerd en wordt er uitgegaan van natuurinclusief bouwen.

Aandachtspunt 8: Door bij de aanleg van ecologische verbindingszones en nieuwe infrastructurele verbindingen zoals snelfietsroutes of recreatieve routes rekening te houden met een barrièrewerking kan biodiversiteit gestimuleerd worden. Hierbij dienen ecologische verbindingszones en infrastructurele verbindingen elkaar niet op hetzelfde niveau te kruisen.

  • In het voorkeursscenario zijn wijk-tot-wijk verbindingen opgenomen die infrastructurele verbindingen (zoals de Noordelijke Rondweg) op een ongelijk niveau kruisen, daarnaast zijn oever-verbindingen als verkenning opgenomen ter kruising van ecologische verbindingszones. Onduidelijk is in hoeverre nieuwe snelfietsroutes het Natuurnetwerk Nederland kruist, en wat het gevolg hiervan is.

Aandachtspunt 9: In scenario’s waar sprake is van verdere inbreiding kunnen de effecten op geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit deels gemitigeerd worden door autoluwe of autovrije maatregelen te treffen (in combinatie met goede alternatieven voor autoverkeer)

  • Het voorkeursscenario doet geen uitspraak over het toepassen van een autovrije of autoluwe zone. Wel wordt de Noordelijke Rondweg deels ondertunneld ter hoogte van de stedelijke inbreidingslocaties wat plaatselijk een positief effect kan hebben ten aanzien van de indicatoren luchtkwaliteit en geluidhinder.

Aandachtspunt 10: De koppeling van het warmtenet gekoppeld aan externe opwekking zoals voorzien in scenario 2 en 4 leidt tot minder druk op de ruimte, natuur en biodiversiteit en cultureel erfgoed dan de lokale en kleinschalige coöperatieve energienetwerken in scenario 1 en 3. Door in deze scenario’s in te zetten op grootschalige energienetwerken kunnen kansen ontstaan.

  • Het voorkeursscenario spreekt van het aansluiten op grootschalige energieopwekking in lijn met de RES West-Brabant, als ook aansluiten op lokale initiatieven. Daarnaast maakt ook het warmtenet gekoppeld aan externe opwekking onderdeel uit van het voorkeursscenario, waardoor bovengenoemd aandachtspunt meegenomen is in het voorkeursscenario.

Aandachtspunt 11: In scenario 1 en 3 ligt de focus op lokale winkelcentra en milieus in kernen en buurten. Dit biedt kansen ten aanzien van de indicatoren eenzaamheid, sociale cohesie en inclusiviteit. Het creëren van deze ontmoetingsplekken in scenario 2 kan leiden tot meer kansen op een positief effect en reductie van het aantal risico’s. Daarnaast zorgen voorzieningen in de directe nabijheid voor verkleining van verplaatsingsafstanden wat kan leiden tot een toename van gebruik van langzame modaliteiten en verbetering van verkeersveiligheid.

  • In het voorkeursscenario wordt ingezet op het creëren van lokale winkelmilieus in kernen en buurten, waarmee het bovengenoemde aandachtspunt opgenomen is.

Aandachtspunt 12: Het slim clusteren van bestaande en nieuwe bedrijven op bestaande bedrijventerreinen om uitbreiding in het buitengebied te voorkomen.

  • In het voorkeursscenario is enkel sprake van inbreiding van bedrijventerreinen of op terreinen langs snelwegen. Invulling vindt plaats op basis van de actuele vraag naar werklocaties. Bovengenoemd aandachtspunt is in de Omgevingsvisie verwerkt.