Scenario 1: de sociale stad

Scenario 1 ligt op het grensvlak van lokaal en bundeling. Kenmerkend voor scenario 1 is de focus op een bevolkingsgroei die lager ligt dan de provinciale prognoses, waarbij de woningbehoefte gericht is op de behoefte van de lokale bevolking (toename van 8000 woningen). Woningbouw is gericht op inbreiding en vindt plaats binnen de bestaande stad en dorpen. De voorzieningen concentreren zich enerzijds in lokale (dorps)winkelmilieus met focus op verkoop en uitwisseling van lokale producten en goederen. Daar vinden ook lokale evenementen plaats. Anderzijds zijn voorzieningen geconcentreerd op regionale locaties als de Woonboulevard, de Claudius Prinsenlaan en Breepark. Op mobiliteitsgebied richt de aandacht zich daarom op een goede ontsluiting van de stad en dorpen door middel van een stelsel van wandel- en (snel-)fietsroutes en goede verknopingen op een aantal gebundelde OV-assen. Daar zijn ook nieuwe vormen van deelmobiliteit gesitueerd. Lokale en regionale bedrijven uit dezelfde sectoren zoeken elkaar op, waardoor een clustering ontstaat op bestaande bedrijventerreinen. Ook in het buitengebied treedt een clustering op van agrarische activiteiten in verschillende sectoren. Deze clusters omringen de stad, samen met een natuur- en landgoederenlandschap en voedselbossen die onderling door ecologische verbindingszones dwars door de stad met elkaar zijn verbonden. Ook bevinden zich in het stedelijk gebied enkele grootschalige zoetwaterreservoirs, zoals de Waterakkers en de Zoete Delta. Op het gebied van energievoorziening tenslotte is de stadsverwarming gekoppeld aan lokale energieopwekking in de wijken en in enkele ecologische energie-landschappen. Klik hier voor de beleidsuitspraken die onder scenario 1 beoordeeld zijn in het planMER.

Figuur 3: Overzichtskaart scenario 1 (grotere weergave)

Deze kaart weergeeft welke gebieden binnen de gemeente waarvoor (wonen, werken, groen) worden gebruikt. Ook zijn OV-verbindingen en andere infrastructuur weergegeven.