Passende beoordeling Natura 2000-gebieden

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld. In een passende beoordeling wordt dieper ingegaan op de gevolgen voor deze gebieden.

Enkele beleidsuitspraken uit het voorkeursscenario kunnen een risico vormen op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Op basis van de passende beoordeling kan geconcludeerd worden dat dit de volgende beleidsuitspraken betreft:

  • Woningbouw: 25.800 woningen, in hoge dichtheden gebundeld in het internationaal georiënteerde centrum en gemixt met werken (diverse vestigingsmilieus). Aangevuld met groeiende dorpen, daarbij aansluitend op de specifieke lokale vraag. Bij binnenstedelijke herontwikkelingen minimaal 20% groen en bij herinrichting openbare ruimte wordt 10% vergroend.

  • Bedrijvigheid: 100 ha nieuwe internationaal georiënteerde bedrijventerreinen worden (1) gebundeld langs het spoor en de Rijkswegen (2) Door een slimme herstructurering binnenstedelijk en (3) opvang in de regio, is uitbreiding naar het buitengebied niet nodig. Invulling van de locaties hangt mede af van het veranderende economisch werkprofiel van Breda. Bij binnenstedelijke herontwikkelingen minimaal 20% groen en bij herinrichting openbare ruimte wordt 10% vergroend.

  • Mobiliteit: Nieuwe OV-assen in westelijke en oostelijke richting, met transferia aan de rand van de stad en innovatief OV-systeem in centrum. Een internationale knoop met treinen naar België en Duitsland. Ruimte voor langzaam verkeer met een netwerk van fiets en wandelroutes. Snelfietsroutes en nieuwe HOV-lijnen naar nieuwe woon-werkgebieden. Bus Rapid Transport naar omliggende kernen (niet alleen Utrecht). Vergroten capaciteit NRW en toevoegen hoofdinfrastructuur met aansluitingen op rijkswegen

  • Energie/warmtenet: Aansluiten op RES voor grootschalige energieopwekking (wind en zon). Lokaal aansluiten op initiatieven uit de buurt. Warmtenet gekoppeld aan externe opwekking (onder andere Geertruidenberg) en duurzame bronnen.

Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integraal aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een verhoogde (milieu)druk op Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden.

Voor bedrijvigheid, woningbouw en mobiliteit geldt dat het in de praktijk erg lastig kan zijn om voldoende mogelijkheden (saldo-gevers) te vinden om de totale depositiebijdrage te salderen in het juiste invloedsgebied. Het is daarom voor deze ontwikkelingen een grote uitdaging om te investeren in zo laag mogelijke emissies. Dit bepaalt uiteindelijk de mate waarin de gewenste ontwikkelingen die tot een depositietoename leiden, zoals de bedrijvigheid en woningbouw tot uitvoer kunnen komen. Dit moet in de vervolgfase van het omgevingsplan nader verkend worden en mogelijk dat hieruit blijkt dat ambities bijgesteld moeten worden.